Up Home Blog About

Bijzondere Rotterdammers


Asje in Rotterdam woon, bejje Rotterdammer.
[J.A. Deelder]

Als je in Rotterdam woont, ben je Rotterdammer, zei Jules Deelder ooit, doelend op de onzin van de gedachte dat je afkomst je meer of minder stadsgenoot zou maken. Het is de bescheiden mening van de schrijver dezes dat de aucteur hier groot gelijk in heeft.

Rotterdam bruist, dat moge duidelijk zijn. Er heerst een positieve vibe in de stad. Daar leven vele Rotterdammers van op, en daar komen nu zelfs toeristen op af. Dat laatste was een paar jaar geleden nog wat onwennig, plotseling Italianen met kaarten door Noord te zien lopen. Of die rode hop-on-hop-off-bus! Dat hoort toch bij Londen?! Maar goed, inmiddels is het reuzevertrouwd wanneer er nog op de hoek bij Baek een Duits of Drents echtpaar vraagt waar de Markthal is. Of de Oudehaven. Met plezier stuur ik ze het hoekje om. Letterlijk welteverstaan.

Het is nu goed, maar we moeten hier geen Amsterdamse toestanden krijgen, waar niemand meer een stoeptegel van het Damrak kan zien omdat heel de reizende wereld er van of naar het station kuiert.

Voorlopig zien we het er nog niet van komen, Rotterdam kan nog wel wat bezoekers aan.



Traan Laten

Ons station kan nog wel even mee. En ook nog wat vakantiegangers aan, voordat ze er gaan drommen. De Kapsalon ligt er stevig bij, als een machtige haaienvin in de geul tussen de Delfste Poort en het Groothandelsgebouw.

Maar wat was-ie mooi hè, het oude Centraal Station? Oorspronkelijk de plek van station Rotterdam Delftsche Poort - één van de vier stations in het centrum, naast Beurs, Hofplein en Maas. Nu de toevoerbron en afvoerput van de stad. Bedenk voor het laatste dat we er ook een Perron 0 hebben gehad.

Jaren lang heeft ze geduurd, de verbouwing. In die tijd was het station blauw. De noodgebouwconstructie werd het station van lieverlede. Wellicht meen ik dat omdat ik de stad in die tijd het beste op deze plek kende.

En nu hebben we de Kapsalon. Wat een geweld! Nergens anders dan er zelf, krijg je zo'n beeld op de haven door het megascherm dat in de hal hangt. Goedkeurend kijken de in beeld gebrachte havenwerkers naar de stationspiano, regelmatig bevolkt door vakkundige liefhebbers, zoals mijn broertje.

Een kort verpozen in de Stationshuiskamer is trouwens hartelijk aan te bevelen. Ik kom er graag om even over het gekrioel te mijmeren.